Provinciale Staten kiezen toch voor renteverlaging Nazorgfonds stortplaatsen

Op woensdag 28 oktober hebben Provinciale Staten besloten de voorgestelde renteverlaging van het Nazorgfonds stortplaatsen door te voeren met als gevolg dat de acht Avri-gemeenten nog dit jaar met elkaar € 10 miljoen moeten opbrengen. 

Regio - Hoewel de Staten het amendement hebben aangenomen dat de Provincie met de Avri-gemeenten in gesprek gaat om de pijn te verzachten, gaan ze voorbij aan het feit dat Avri een overheidsorganisatie is die gebonden is aan strenge regels (BBV) voor verantwoording van haar financiën. Avri is benieuwd met welke oplossing de Provincie komt omdat deze ook weet dat een betalingsregeling met afbetaling volgens dezelfde BBV-regels nog steeds tot financiële problemen leidt bij de gemeenten.

Joost Reus, voorzitter Dagelijks Bestuur Avri: “We hebben hier met verwondering naar geluisterd. Het is duidelijk dat de Staten niet meegaan met het voorstel dat wij als oplossing hebben ingebracht: namelijk het opnemen van een overgangsregeling in de verordening voor de stortplaatsen die al fysiek zijn afgedicht zoals die van Avri met daarbij de garantstelling door de Avri-gemeenten voor een bedrag van €10 miljoen als er in de toekomst zich grote kosten aandienen en er te weinig geld in het fonds zou zitten voor de Avri-stortplaats. Een win-winsituatie: de Provincie wordt zo voor dat bedrag ontzorgd en de Avri-gemeenten hoeven niet nu al €10 miljoen op te brengen. Maar dat voorstel is helemaal niet besproken en dat is natuurlijk heel jammer.”

Harde woorden, onterechte beschuldigingen

Er zijn door diverse partijen harde woorden gesproken, vooral richting Avri. Joost Reus: “We hebben met een groot ongemak hiernaar geluisterd, omdat we ons niet konden verdedigen tegen deze onterechte beschuldigingen.” Zo zou Avri al lang hebben kunnen weten dat de renteverlaging eraan kwam maar de commissie die de Provincie moet adviseren over het Nazorgfonds (ALM-commissie) is begin 2019 begonnen en heeft het advies over de renteverlaging uitgebracht in februari 2020 dus pas dit kalenderjaar. Avri heeft een voorziening getroffen voor de stortplaats maar moest die conform de begrotingsregels voor overheden, vrij laten vallen in de jaarrekening 2019 omdat de Provincie nog geen besluit had genomen. Wat betreft de rol van het zonnepark en de windmolens, was de stortplaats van Avri de eerste in Nederland die ruimte bood aan (een zonnepark en) windmolens. Omdat er nog geen ervaring was met windmolens op stortplaatsen, was het verstandig om de gevolgen hiervan eerst af te wachten voordat de stortplaats formeel zou worden overgedragen. Als Avri had geweten dat de Provincie de rekenrente, ongeacht het standpunt van de stortplaatsexploitanten in haar Adviescommissie, zou verlagen, dan had ze de stortplaats natuurlijk sneller overgedragen, desnoods zonder zonnepanelen en windmolens.

Overleg Avri strandde op ingewikkelde begrotingsregels

Zowel vanuit de Provincie als Avri is de afgelopen periode hard gewerkt om tot een oplossing te komen. Maar alle oplossingen stuitten op de BBV-regels, waardoor Avri en de gemeenten toch de gevolgen dit jaar in de lopende begroting moeten verwerken. Alleen de oplossing die Avri heeft aangedragen stuit niet op deze regels, kent geen precedentwerking en de Avri-gemeenten staan garant voor toekomstige risico’s. Helaas is deze oplossing onbesproken gebleven.

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden