Foto:

Handtekeningenjacht

Ik voelde me zaterdag als een koe, die na een langdurig verblijf in een duffe stal, met ongecontroleerde sprongen de wei in dartelt. Maandenlang had ik geen stap gezet in het Tielse winkelcentrum want je weet het maar nooit met die sluipende corona. Maar dankzij twee Pfizer-prikken durfde ik weer. Dus stapte ik met een prettig gevoel bij boekhandel Arentsen binnen om daar mijn boek Spot op de Betuwe te signeren.

Prettig, dat wel, maar ik voelde toch ook iets van twijfel. Zouden de mensen wel voor mij in de rij gaan staan? Ik ben tenslotte geen Harry Mulisch of Arnon Grunberg. En ook geen Joep van ’t Hek. Was het maar waar. Maar die rij was er wel. Een rij van lezers die allemaal de venijnige regenbuien hadden getrotseerd om mij te ontmoeten. Annie de Graaff stond vooraan.

U weet wel, Annie de Graaff, die vorige week mijn column sierde met goudsbloemen en Avri-kaantjes. Ze had een sierlijk boeket oranje bloemen voor me gekocht, de lieverd. Met een paar zakjes zaad voor goudbloemen erbij. Ik had haar graag met een dikke knuffel bedankt, maar ook met die dubbele Pfizer moet je nog voorzichtig zijn.

De attente boekhandelaar Maurits van Wijnen zette het boeket als een pronkstuk in het water, naast mijn tekentafeltje. En dat riep grappige reacties op. “Bloemen gekregen, Jan? Toch zeker niet van de Avri?” hoorde ik iemand in de rij voor het tafeltje zeggen. Boeken signeren is trouwens meer dan het zetten van de handtekening. Ik werd gevraagd ook allerlei kleine verhaaltjes voorin het boek te schrijven. Ook grappig.

Een trouwe lezer uit Drumpt had veel moeite gedaan voor mijn handtekening. Hij arriveerde op de fiets (om de knieën in conditie te houden) in jachtkleding. Met die waterafstotende broek en dito jas had hij de irritante regenbuien weten te trotseren. Kletsnat op jacht naar mijn boek, ik ging me nog meer vereerd voelen.

Uit de gesprekjes aan mijn tekentafeltje maakte ik op dat vooral de column over Jomanda, die ik veertien dagen geleden schreef, gewaardeerd werd.

Ook op Facebook leverde deze column een stroom van reacties op, onder meer van Marcia Jansen, een in Tiel geboren en getogen journalist die nu in het Canadese Vancouver woont. Daar verblijft, hoe toevallig, Jomanda ook. Marcia was zelfs even bij haar aan de deur geweest. Maar de voormalige gebedsgenezeres had geen zin om te praten, zo mailde Marcia mij.

Misschien had ze wel de dampen in over die column. Misschien had ze wraak genomen door haar goddelijke wereld nog eenmaal aan te spreken om mijn tekensessie in het water te laten vallen.

Ach, soms krijg ik van die vreemde gedachten in mijn drukke hoofd. Gedachten die mijn vergeetachtigheid stimuleren.

Na de tekensessie liep ik de regen in. Arentsen belde me na. Die mooie bloemen van Annie stonden nog in de winkel. Vergeten! Mijn kleindochter heeft ze voor haar nonchalante opa opgehaald.

Thuis gekomen vond ik een zakje met bloemzaad in de buitenbus. Weer bloemzaad. Nee, niet van Annie, maar van de gemeente Tiel. Zo maar een aardigheidje voor een “lieve collega”. Wat voor zaad? Vergeet-me-nietjes.

Jan Beijer

(reageren: jbeijer@upcmail.nl)

Spot op de Betuwe

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden