Jan Beijer
Jan Beijer (Foto: )

Geknipt

Column Spot op de Betuwe

Al bij de kapper geweest? Na vele weken weer een “lekker fris koppie”? Nu ik deze vragen zo aan u stel, moet ik denken aan het kappersavontuur dat mij enige jaren geleden tijdens een vakantie in een Kroatisch kustplaatsje overkwam. Mijn kapsel was hard aan een knipbeurt toe. In een zijstraatje ontdekte ik een herenkapper. ”Car” stond er op de ruit van het aftandse zaakje. Dat was de naam van de baas die de schaar met fors uit de kluiten gewassen handen hanteerde. De zaak was niet meer dan een pijpenlaatje met tegen de muur een rij stoelen met druk gebarende mannen op leeftijd, die in een emotioneel gesprek met meneer Car waren gewikkeld. Als al die kerels nog geknipt moeten worden, zit ik hier morgen nog, dacht ik bij binnenkomst. Barbier Car zag me aarzelen en bood me direct de kappersstoel aan, een exemplaar uit lang vervlogen tijden met scheuren in de leren zitting. “Kroef”, riep hij in mijn richting, om aan te geven dat hij in de gaten had dat ik uit Nederland kwam, het land van Johan Cruyff.

Tot mijn verwondering was ik meteen aan de beurt. De mannen in het rijtje waren geen knipklanten; ze zaten er om met de kapper de dingen van de dag te bespreken. Het ging er heftig aan toe. Mijn oren toeterden. Er moesten hevige meningsverschillen of misschien wel ruzies in het geding zijn, zo veronderstelde ik. Kapper Car was zelf de felste. Elke keer als hij de mannetjes luidkeels en fanatiek gebarend van zijn gelijk wilde overtuigen, schoot zijn hand op mijn hoofd uit. Met als gevolg dat zijn schaar hele plukken haar lukraak van mijn schedel knipte. Ik zag het in de spiegel gebeuren, maar het lukte me niet hem tot bedaren te brengen.

Met als dramatische gevolg dat mijn kapsel in een mum van tijd geruïneerd werd tot een soort vogelnest midden op mijn hoofd. Een merel zou er met plezier eieren in gelegd hebben. Er was ruimte voor minstens een eitje of vier, vijf.

Ik begreep helemaal niets van deze ongrijpbare knipbeurt. Niets van deze hoogst merkwaardige coup op mijn hoofd en al helemaal niet van de discussie in de kapperszaak. Waar hadden ze het in vredesnaam over? Die vraag kwam opnieuw bij me boven toen ik vorige week in de krant las dat de gemeenteraad van buurgemeente West-Betuwe ook aan het ruziën is geslagen. Het liep zo hoog op, dat een wethouder het veld moest ruimen. Politiek gekrakeel in deze onzekere coronatijd. Juist nu mag je verwachten dat de politiek zich extra inspant voor de achterban. En dat gebeurt dan niet. Ik begrijp er opnieuw niets van. Waarom die heibel? Volgens de kibbelende bestuurders is er in de gemeente West-Betuwe sprake van “onvoldoende chemie” en “geen stabiliteit”. Dit soort argumenten zeggen me niks.

Weet u het nog? De gemeente moest zo nodig heringedeeld worden. Dan zou het bestuurlijk allemaal beter gaan. Lekker fris er met z’n allen tegenaan! Nee dus. De partijen zijn elkaar in de haren gevlogen. Politiek gezien heeft de herindeling inhoudelijk weinig “frisse koppies” opgeleverd. Heethoofden zijn het, daar in het gemeentehuis van Geldermalsen. Net als de mannetjes bij kapper Car.

Jan Beijer

(reageren: jbeijer@upcmail.nl)

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden