Jan Beijer
Jan Beijer (Foto: )

Dorpse allures

Spot op de betuwe

Alles-beter-weter Thierry Baudet mag zijn geografische kennis wel eens wat gaan bijspijkeren. Vorige week was hij op kiezersjacht in het centrum van Tiel, dat hij “een dorpje” noemde. Wat een blunder, meneer Baudet. U liep niet rond in een dorpje, maar in de Fruitstad aan de Waal. Nota bene in een van de oudste steden van ons land, ooit een bloeiende Hanzestad.

De fout van Baudet is misschien wel verklaarbaar, want in de Tielse gemeenteraad werd onlangs druk gesproken over het dorpse karakter van de binnenstad. De stad moet meer dorpse allures krijgen met de Gasthuisstraat als lichtend voorbeeld. Als het aan de bewoners ligt wordt dat de dorpsstraat van Tiel, idyllisch aangekleed met klimop, hanggeraniums, oleanders, fruitboompjes, kruidentuintjes en misschien wel met kasjes vol sla, komkommers, tomaten en peterselie. De Kaskruidstraat.

Auto’s mogen straks dit deel van het centrum niet meer in, behalve die van de bewoners zelf. Autoluw noemen we dat. De halve binnenstad moet ervoor op de kop worden gezet. De Westluidensestraat wordt voor auto’s afgesloten door een beweegbare paal bij Zinder. Wie een doos met verjaardagsgebakjes bij de Koninklijke bakker Van Oijen wil afhalen, moet een plaatsje zoeken in de parkeergarage

Dat gaat weer klanten kosten, vrees ik. Die bakker is toch al zo geplaagd. Jarenlang zat hij opgescheept met de bouw van de parkeergarage. Het stof van de bouwplaats waaide de winkel in. De cake zag eruit als zandgebak. Gerard en Magda van Oijen hebben het zwaar gehad. Ze lieten zich het brood niet uit de mond stoten, maar hielden de moed erin. Sterker nog, ze deden hun best om de stad op de kaart te zetten.

De uit 1840 daterende winkel is samen met Flipje het boegbeeld van de promotie van Tiel. In elke gemeentelijke publicatie, waarin de stad wordt aangeprezen, wordt hofleverancier Van Oijen met trots gepresenteerd. Vorige week nog. In het nieuwe magazine Uit in Tiel staat een lofzang op de bakker van de traditionele Tielse kermiskoek. Maar ik vraag me af hoe lang ze het nog kunnen uitzingen als de paal er komt.

Voorlopig kunnen ze zich troosten met de wetenschap, dat Tiel diep in de financiële problemen zit. Eerst geld op tafel en dan pas plannen maken, zei mijn vader altijd. De gemeenteraad doet het andersom. Geen geld en toch een plan presenteren voor een autoluwe binnenstad, dat een paar miljoen gaat kosten.

Het is alsof je naar Daan Dansen gaat om daar een kleuren-tv uit te zoeken. Je laat je uitvoerig voorlichten, bekijkt model-zus en model-zo, laat alles op papier zetten en deelt de verkoper dan doodleuk mee dat je helemaal geen cent te makken hebt, maar dat je misschien nog wel een aardig bedragje krijgt van een rijke oom.

Om zulke klanten ziet Dansen niet te springen. De gemeente heeft ook een rijke oom, de provincie. Die zal wel een miljoentje of zo bijpassen om de auto’s uit de binnenstad te krijgen met die Zinder-paal, denken ze in het Tielse stadhuis. Dus, gemeentebestuurders, op naar het provinciehuis in Arnhem om daar zoete broodjes te bakken. En nu maar hopen dat ze daar zelf niet voor paal komen te staan.

Jan Beijer

(reageren; jbeijer@upcmail.nl)

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden