Tiel, 24 december 2019Columnist voor Zakengids Jan Beijer.Foto Jan Bouwhuis.
Tiel, 24 december 2019Columnist voor Zakengids Jan Beijer.Foto Jan Bouwhuis. (Foto: Jan Bouwhuis)

Oorlog

  Column

Spot op de Betuwe

Die corona-epidemie is natuurlijk ernstig, maar heeft toch ook vermakelijke kanten. Zo kan ik een heimelijk lachje niet bedwingen als ik de draaibewegingen van onze regering, belichaamd door de heer Mark (“doe maar normaal”) Rutte op televisie zie. Het is komisch en tragisch tegelijk dat het fors uitgedunde personeel van de scholen en de ziekenhuizen de ene na de andere bezuinigingspil moest slikken en dat onze premier nu plechtig verklaart hoe hard we deze mensen nodig hebben. Nu steekt hij hen een vracht veren in hun achterste. Nu zijn ze onmisbaar en verdienen onze grote waardering voor hun onuitputtelijke inzet en verantwoordelijkheidsgevoel. Had dat eerder laten blijken, denk ik dan. Al die stakingen, demonstraties en spandoeken waren dan niet nodig geweest. Regeren is nog altijd vooruit zien.

De gelovigen in refodorpen als Opheusden kijken liever achterom. Hun voorgangers hebben allerlei bijbelse verklaringen voor het ontstaan van het coronavirus. De oorzaak zou een gevolg van de zonde zijn. De duivel zou het virus gebruiken om de kerkdiensten te verstoren. Het virus is naar de wereld gezonden om ons tot inkeer te brengen. We moeten het als een oordeel zien. Het is een middel in Gods hand. Net als de tien plagen van Egypte, waarmee de farao werd gestraft. Zo maar een greep uit de theorieën die ik tegenkwam in het Reformatorisch Dagblad. Als het maar niet uitdraait op een oorlog tussen de gelovigen. Op de zoveelste afscheiding. We hebben al oorlog genoeg. Kijk maar in de supermarkt, waar de mensen al ruim voor de openingstijd voor de deur staan. Daar woedt de hamsteroorlog. Daar geldt: ikke, ikke en nog eens ikke. Jezelf met overdaad beladen ten koste van het collectief. Ten koste van de solidariteit.

Een triest schouwspel, maar toch moest ik lachen om die graai-taferelen. Vijf potten pindakaas in de kar en toch nog even teruglopen naar de schap. Nog maar vijf potten erbij voor de zekerheid. Tien rollen beschuit en een hele vracht blikken met bruine bonen. En diepvriesmaaltijden, potten knakworst, ovenpizza’s (in de reclame dus doe er nog maar een stuk of vijf bij), pakken spaghetti, bier, chocoladepasta, blikken erwtensoep en kingsize zakken chips.

En natuurlijk stapels toiletpapier. Alsof de mensheid een diarree-aanval van ongekende omvang te wachten staat. Wat wil je ook met al die bruine bonen. De vulploegen zagen zoveel toiletrollen de winkel uitvliegen, dat ze zelf niets meer konden kopen en een rol bij de buurman moesten lenen.

Ik heb mezelf voorlopig in vrijwillige quarantaine geplaatst. Lekker rustig. Tijd te over. Ik zou elke dag wel een column kunnen schrijven. Maar of dat verstandig is, waag ik te betwijfelen. Onlangs kreeg ik een mailtje van een man uit de gemeente West-Betuwe, die mijn columns niet kon waarderen. Niet te pruimen, vond hij. Zelfs zo beroerd, dat hij de neiging had om zijn billen er mee af te vegen. Dat moet ik hem toch echt afraden. Hij kan dat stukje krantenpapier, waarop ik wekelijks mijn spot op de Betuwe laat schijnen, beter even bewaren, lijkt me. Tot het toiletpapier op is.

Jan Beijer

(reageren: jbeijer@upcmail.nl)

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden