Raadsjournaal gemeente Buren, 23 januari

  Politiek

Buren - Startnotitie Klimaat adaptief Rivierenland

 1.    Inleiding

Het klimaat verandert
Het klimaat verandert. Het wordt warmer en we krijgen steeds meer te maken met extremere hitte, hoosbuien, droogte en overstromingsrisico's. Dit heeft gevolgen voor de regio waarin we wonen en werken en vraagt om aanpassingen op kortere en langere termijn. Uit de regionale stresstest en gesprekken met stakeholders in onze regio wordt duidelijk dat klimaatadaptatie een onderwerp is dat serieus opgepakt dient te worden. De toenemende droogte en hitte en de gevolgen daarvan voor de land- en tuinbouw, de natuur en de mens, en het frequenter voorkomen van hagel- en hoosbuien heeft het urgentiebesef voor een gezamenlijke aanpak doen groeien in de regio.De schade aan gezondheid, leefbaarheid en economie waren de afgelopen jaren alles bij elkaar opgesteld al groot. En we staan pas aan het begin van de klimaatverandering. Op termijn kan deze bij onveranderd beleid en handelen extreem groot zijn.
Naast mitigatie inzet op adaptatie
Via het Klimaatakkoord en de regionale energie strategieën (RES) wordt ingezet op klimaatmitigatie: het nemen van maatregelen die zijn gericht op het verminderen van de uitstoot van o.a. broeikasgassen. Om zo klimaatverandering te remmen en of te stoppen. Daarnaast wordt ingezet op klimaatadaptatie (aanpassing): dit gaat om het proces waarbij de samenleving zich aanpast aan het actuele of het verwachte klimaat en de effecten daarvan. Dit om de schade die gepaard kan gaan met klimaatverandering te beperken en de kansen die de klimaatverandering biedt te benutten (Plan Bureau voor de Leefomgeving).
 
Waarom deze startnotitie?
Met deze startnotitie informeren wij u over de stappen die worden genomen om een klimaatadaptatie aanpak voor Rivierenland op te zetten en waar wij op dit moment staan in dit proces. Het doel is om in 2020 te komen tot een Regionale Adaptatie Strategie (RAS) voor Rivierenland. Daarin wordt beschreven wat onze klimaat kwetsbaarheden zijn en geven we richting aan hoe we als gezamenlijke overheden en andere betrokken partijen ervoor kunnen zorgen dat onze regio zich tijdig aanpast aan het veranderende klimaat.
 
2.    De opgave


Wat is het kader?
Voor Nederland als laaggelegen en dichtbevolkt land kunnen de gevolgen van klimaatverandering groot zijn. Nederland zal daarom moeten inspelen op (steeds) veranderende inzichten en ontwikkelingen in het klimaat. Het Delta Plan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) is een gezamenlijk nationaal plan van gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk met concrete acties en doelen voor de verantwoordelijke overheden. Het doel van dit plan is om het proces van ruimtelijke adaptatie te versnellen en minder vrijblijvend te maken, zodat Nederland uiterlijk in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig is ingericht.
Weten, willen en werken
In dit kader wordt binnen Rivierenland gewerkt aan een Regionale Adaptatie Strategie Rivierenland. Dit maakt onderdeel uit van de methodiek van 'weten, willen, werken' gehanteerd: in beeld brengen wat de kwetsbaarheden zijn (weten), vervolgens ambities formuleren (willen) en aan de slag gaan om onze leefomgeving klimaatbestendig en waterrobuust te maken (werken). In het DPRA is dit vertaald in zeven ambities.
Regionale samenwerking Klimaat Adaptief Rivierenland
Met de methodiek op basis van het DPRA als leidraad werken negen gemeenten in regio Rivierenland, de provincie Gelderland en waterschap Rivierenland samen op het gebied van ruimtelijke adaptatie in de Werkregio Klimaat Adaptief Rivierenland (KAR). De partijen binnen de werkregio staan allen (nog) aan het begin van het proces en er is nog geen sprake van een structurele aanpak met een gedeeld urgentiebesef, een gedragen visie en een gezamenlijke strategie en agenda.
 
We werken langs drie sporen
In onze werkregio werken we langs een kennis spoor, een regionaal spoor en een lokaal spoor:
•    Het kennis spoor is gericht op kennisontwikkeling en kennisdeling via cursussen, excursies, workshops, presentaties/lezingen, regiobijeenkomsten e.d. over de klimaatopgaven.
•    In het regionale spoor komen we voor de gehele regio tot een Regionale Adaptatie Strategie met een uitvoerings- en investeringsagenda.
•    Via het lokale spoor vullen de overheden de strategie verder via Lokale Adaptatie Strategieën met uitvoerings- met investeringsagenda's.
De aanpak langs deze drie sporen staat centraal in de uitwerking van de aanpak.
 
3.    Vier klimaatthema's

Wateroverlast
Wateroverlast is een probleem dat in vrijwel alle gemeenten in Rivierenland binnen de kernen wordt ervaren, met name als gevolg van extreme regenbuien waarbij het water niet opgevangen en afgevoerd kan worden. De rioleringsstelsels zijn hierop niet altijd berekend. De extreme buien die periodiek optreden kunnen ernstige overlast en schade veroorzaken. Maar ook de ligging aan de Waal en de zanderige bodem in combinatie met hoge(re) grondwaterstanden en kwel leiden tot problemen bij hevige neerslag, zoals het onderlopen van straten en kelders. Naar anleiding van lokale overlast zijn enkele gemeenten direct aan de slag zijn gegaan om soortgelijke buien in de toekomst weer problemen opleveren. Er zijn onderzoeken uitgevoerd om de problematiek in kaart te brengen en worden knelpunten in de gemeentelijke rioleringsplannen meegenomen. Ook wordt er bij de (her)inrichting van de openbare ruimte ingezet op klimaatbestendige inrichtingsmaatregelen. Ook in het landelijk gebied is er sprake van kwetsbaarheid voor inundatie. Veelal op de lager gelegen percelen en als gevolg van langdurige extreme neerslag. Deze wateroverlast levert ook veelal schade op. Vooral in de land- en tuinbouw.

Droogte
Een ander belangrijk thema in onze regio is verdroging (droogte). Verdroging leidt binnen een aantal gemeenten al tot inklinking en zetting van de bodem, wat vervolgens kan leiden tot scheurvorming in de muren van woningen en gebouwen. De verdroging en langdurige droge periodes leveren problemen op voor de land- en tuinbouw in het rivierengebied. Er is in droge periodes extra behoefte aan voldoende beregeningswater, niet alleen voor de groei maar ook om de gewassen af te koelen tijdens hete zomerdagen die steeds vaker optreden. Verder ondervindt ook de natuur en het landschap de gevolgen van de verdroging. Door de (langdurige) droogte en lage waterpeilen gaat geleidelijk de kwaliteit van natuur achteruit en veranderen
de ecosystemen. Beschikbaarheid van voldoende en kwalitatief goed water is
 
een belangrijk thema voor meerdere stakeholders in de regio: o.a. de land- en tuinbouw, natuur en landschap, recreatie en waterwinning.


 
Hitte
Een derde thema is hitte. Hittestress is een probleem dat onder andere door gemeenten, woningbouwverenigingen en de GGD wordt benoemd. Het gaat daarbij niet alleen om kwetsbare groepen, zoals ouderen en zorgbehoevenden. Iedereen heeft in meer of mindere mate met de gevolgen van hittestress te maken. De GGD heeft een aantal prioriteiten benoemd wat betreft relevante onderwerpen, in relatie tot de impact op de gezondheid en de beïnvloedbaarheid door de gemeente. Het gaat om de volgende thema's: hitte, luchtverontreiniging, UV-straling, allergieën, binnenmilieu en infectieziekten. De land- en tuinbouw in Rivierenland heeft steeds meer te maken met de gevolgen van hitte en warmte. Zo is er risico op zonneschade aan fruit. Het afgelopen jaar leidde dat tot een aanzienlijke opbrengstderving
- enkele miljoenen euro's - bij de fruittelers in de regio.
Risico op overstromingen
Overstromingen kunnen ernstige schade met zich meebrengen in het Rivierengebied. De overstromingskans (verschillende dieptes) is al zeer klein (1x per 3.000 tot 30.000 jaar) tot zelfs extreem klein (minder dan 1x per
30.000 jaar.De overstromingsdiepte in onze regio gaat naar 2 meter of zelfs meer en bepaalt de mate waarin een gebied wordt blootgesteld aan de effecten van een overstroming. Het gaat er dan om dat er in geval van een dreigende overstroming een evacuatieplan is. Dit is een verantwoordelijkheid van de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden (VGGM). Het nationale hoogwaterbeschermingsprogramma is gericht de versterking van de dijken voor een waterveilig Nederland in 2050. Door de combinatie van zeespiegelstijging en extremen in de rivierafvoer neemt het risico iets toe, maar blijft heel klein ten opzichte van de andere klimaatrisco's. Maar als een dergelijke situatie zich voordoet, dan is de impact enorm. Meerlaagse veiligheidsmaatregelen kunnen bijdragen aan beperking van schade en overlast.
 
4.    Onze aanpak

Processtappen
Onderstaand is schematisch het proces weergegeven voor het tot stand brengen van de Regionale Adaptatie Strategie. In 2019 is de regionale stresstest uitgevoerd en wordt een Klimaateffectatlas ontwikkeld die aanduidt welke gebieden en locaties kwetsbaar zijn voor de klimaat thema's. In deze regionale atlas ligt de nadruk op de verbanden op regionaal niveau. Daarnaast zijn er via een consultatieronde gesprekken gevoerd met de overheden en andere betrokken partijen.
Risicodialogen
De eerst volgende belangrijke stap die genomen gaat worden, is het organiseren van de regionale risicodialoog via strategiebijeenkomsten. Hierin worden de groepen stakeholders samengebracht rondom het stedelijk en landelijk om gezamenlijk inzicht te krijgen in de regionale kwetsbaarheden en om ambities en strategische keuzes te formuleren die uiteindelijk de Regionale Adaptatie Strategie moeten vormgeven.

RAS en uitvoeringsagenda
Na de ambtelijke en bestuurlijke consultatie van de Concept-RAS wordt de RAS definitief gemaakt en wordt gestart met de uitvoeringsagenda. De RAS Rivierenland wordt eind 2020 samen met het uitvoeringsprogramma ter besluitvorming voorgelegd aan de betrokken gemeenteraden, Gedeputeerde Staten en het Algemeen Bestuur van het waterschap.
Organisatie
De organisatie voor de totstandkoming van de Regionale Adaptatie Strategie is een samenspel van de verschillende organisaties die betrokken zijn in de regio Rivierenland. Vanuit de overheden is er een ambtelijke werkgroep (Werkgroep KAR) ingesteld en is er een extern procesbegeleider aangetrokken. De aansturing op bestuurlijk niveau vindt plaats vanuit de bestaande Stuurgroep SNR (Samenwerkende Netwerken Rivierenland).
 

5.    Participatie en communicatie

Een integrale aanpak is nodig willen we ons woon-, leef- en werkgebied succesvol aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. Dit lukt niet met een top-downbenadering. We zullen het als overheden, bedrijven, organisaties en bewoners samen moeten doen. Een goede communicatiestrategie over de RAS én over de concrete acties is nodig om iedereen te betrekken en een actieve rol te laten spelen binnen de eigen mogelijkheden en verantwoordelijkheden. Deze strategie wordt in de komende periode in regionaal verband verder uitgewerkt, parallel aan de totstandkoming van de RAS. Uitgangspunt daarbij is het vergroten van het urgentiebesef en het effectief betrekken van inwoners en andere belanghebbenden bij concrete maatregelen en acties.
 

Meer berichten